Gekrabbel. Wat is die kat aan het doen? O wacht, 't begint te regenen natuurlijk. Ik hoor de regen op het dak.
Een plok. Ik kom overeind. Wat die kat ook aan het doen is, dit mag ie niet. Ik grabbel naar mijn bril, sta op en loop naar de trap.
Tot ik een gezicht zie in het open zolderraampje. Een onaangename ontmoeting om twee uur 's nachts. Voor beide partijen.
De inbreker - man, blank, donkere kleren, géén lange witte baard - beweert op zoek te zijn naar een slaapplaats, iets om te kraken. Misschien heeft ie nog gelijk ook, maar eerlijk gezegd interesseert me dat maar matig. Ik heb de telefoon al gepakt en bel 112. Toeduudiee? Wat? Bestaat niet? Zit ik dan nog met het Canadese alarmnummer in mijn hoofd? Nee dus. De 1 van dat toestel is niet helemaal lekker. Nog een keer, harder drukken.
De inbreker heeft het allemaal niet afgewacht. Flauwe vent.
Even later bezoek via de voordeur. De agent verbaast zich met mij dat de inbreker blijkbaar via verschillende daken ons huis bereikt heeft. Veel meer kan ie ook niet doen - de vogel is gevlogen, of zit waarschijnlijk een paar daken verder te wachten tot alles veilig is.
Mag je van een agent verwachten dat ie zich door je dakraamptje wurmt en een wilde achtervolging op de daken inzet? Nee he? Ergens toch wel jammer hoor.